Op ontdekkingstocht in het dierenrijk

Leren leren! Als jij dat echt wil, dan is dat machtig en prachtig van jou! Hier krijg je hulp om de leertip (tijdlijn) te leren gebruiken. Maak er gebruik van en daarna zal de opdracht in jouw contractwerk eenvoudiger worden.

Je hebt zopas een tekst gelezen of ... je leest hem nu hieronder. Super van jou.
Misschien heb je daarnaast ook de tekst beluisterd op onze site MELK. Dat mocht je gerust ook doen.

Juf Ann, meester Ruben en meester Frank wensen jou graag alle succes toe bij het oplossen van deze vraagjes.

Op ontdekkingstocht in het dierenrijk

Vandaag gaan we op een spannende reis door de wereld van dieren. Niet zomaar een reis, maar eentje waarbij jij een echte dierenonderzoeker wordt! We gaan vijf bijzondere dieren ontmoeten via enkele verhalen: een reusachtig dier met slagtanden, een vogel die hoog boven de bergen zweeft, een roofdier dat diep in de zee zwemt, een kronkelend reptiel en een piepklein diertje dat je overal in de tuin kunt vinden.

In elk verhaal ontdek je ook de belangrijkste kenmerken van die dieren.
Leefomgeving – Waar leeft het dier vooral? Op het land, in het water of in de lucht?
Voortbeweging – Hoe beweegt het dier zich voort? Loopt het, vliegt het, zwemt het of kruipt het?
Voeding – Wat eet het dier? Planten, vlees of allebei?
Skelet – Heeft het dier een skelet met een wervelkolom (gewerveld) of niet (ongewerveld)?
Voortplanting – Krijgt het dier jongen via eieren of worden ze levend geboren?

Zet dus jouw dierenbril op en duik mee in de wondere wereld van de olifant, de adelaar, de haai, de slang en de mier.

De olifant

In Afrika loopt een grote olifant door de savanne. Hij gebruikt zijn slurf om bladeren van bomen te plukken. Hij leeft op het land en beweegt zich voort door te lopen. Elke dag eet hij grote hoeveelheden gras, bladeren en takken. De olifant is dus een planteneter. Zijn lichaam is stevig en zwaar, met een duidelijk skelet en een wervelkolom. Als een olifant een baby krijgt, gebeurt dat na een lange draagtijd. Het jong wordt levend geboren en kan al snel op zijn poten staan.
Wist je dat een olifant zijn oren gebruikt om af te koelen? Als het warm is, wappert hij met zijn grote oren om zijn lichaamstemperatuur te verlagen. Zijn oren werken een beetje als een ventilator!

De adelaar

Hoog in de bergen zweeft een adelaar door de lucht. Hij gebruikt zijn scherpe ogen om prooien te zoeken. De adelaar leeft in de lucht en op het land. Hij vliegt met zijn brede vleugels, maar kan ook op rotsen of bomen landen. Hij eet kleine dieren zoals muizen en vissen, dus hij is een vleeseter. Zijn lichaam heeft botten en een ruggengraat: hij is gewerveld. Adelaars bouwen nesten op hoge plekken. Daar leggen ze eieren, waaruit na een tijdje jonge adelaars komen.
Een adelaar kan een prooi vanop wel 3 kilometer afstand zien! Zijn ogen zijn zo scherp dat hij zelfs kleine bewegingen op de grond kan opmerken terwijl hij hoog in de lucht zweeft.

De haai

Diep in de oceaan zwemt een haai op zoek naar voedsel. Hij leeft in het water en beweegt zich voort door te zwemmen met zijn krachtige staart. Hij eet vissen en andere zeedieren, dus hij is een vleeseter. Net als mensen heeft hij een skelet van kraakbeen en een ruggengraat: hij is dus gewerveld. Sommige haaien leggen eieren, maar veel soorten krijgen hun jongen levend geboren in het water.
Haaien kunnen bloed in het water ruiken vanop honderden meters afstand. Ze hebben een supergoed reukvermogen, waardoor ze snel gewonde dieren kunnen opsporen.

De slang

In een warm woestijngebied kronkelt een slang over het zand. Hij leeft op het land, maar sommige soorten leven ook in het water. Hij kruipt stilletjes vooruit zonder poten. De slang eet muizen, vogels of eieren: hij is een vleeseter. Zijn lichaam bevat een skelet met een lange wervelkolom: hij is gewerveld. Sommige slangen leggen eieren, andere soorten krijgen hun jongen levend geboren.
Slangen hebben geen oren zoals wij, maar ze kunnen trillingen in de grond voelen met hun lichaam. Zo weten ze wanneer er iets of iemand in de buurt is!

De mier

In de tuin onder een steen woont een mier met haar kolonie. Ze leeft op het land en beweegt zich voort door te lopen en kruipen. Mieren eten van alles: kruimels, dode insecten, stukjes fruit. Ze zijn dus alleseters. In tegenstelling tot de andere dieren heeft een mier geen wervelkolom. Ze is ongewerveld, maar heeft wel een stevig pantser. Mieren leggen eieren, waaruit larven komen die later mieren worden.
Mieren kunnen tot wel 50 keer hun eigen lichaamsgewicht dragen! Dat is alsof jij een auto op je rug zou tillen. Ze zijn dus echte krachtpatsers in het klein.
Wie van de vijf ben ik? Ik ben de enige planteneter.
Wie van de vijf ben ik? Ik ben de enige die kan vliegen.
Wie van de vijf ben ik? Ik ben de enige die enkel in het water leeft.
Wie van de vijf ben ik? Sommige van mijn soort leggen eieren. Bij sommigen van mijn soort worden de jongeren levend geboren.
Wie van de vijf ben ik? Ik heb geen wervels in mijn skelet.
Wat weet je over de voeding van een haai?
Wat weet je over het skelet van een olifant?
Wat weet je over de voortplanting van de adelaar?
Wat betekent 'ongewerveld'?
Wat is een 'skelet'?
Zeg het met één woord!
Dieren zie je op het land, in het water of in de lucht. We spreken dan over ... .
Zeg het met één woord!
Als je 't hebt over het krijgen van jongen via eieren of het jong wordt levend geboren, dan het je 't over ... .
Olifant
Adelaar
Haai
Slang
Mier
Hij is een vleeseter.
Dat is gewerveld.
Ik leg eieren.
Dat je geen wervelkolom of ruggegraat hebt.
Dat is het geheel van alle botten in een menselijk of dierlijk lichaam.
Leefomgeving
Voortplanting