Je hebt zopas een tekst gelezen of ... je leest hem nu hieronder. Super van jou. Misschien heb je de tekst ook beluisterd op MELK. Dat mocht je gerust ook doen!
Juf Ann, meester Ruben en meester Frank wensen jou graag alle succes toe bij het oplossen van deze vragen.
De waterkringloop
Waar staat de cyclus van het water in de juiste volgorde?
verdamping - condensatie - neerslag - afvloeiing
verdamping - neerslag - condensatie - afvloeiing
verdamping - afvloeiing - condensatie - neerslag
verdamping - condensatie - afvloeiing - neerslag
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 1.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 2.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 3.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 4.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 5.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 6.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 7.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 8.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 9.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.
Bekijk de tekening! Duid enkel aan wat er gebeurt bij 10.
De wolken koelen af. Er komt neerslag.
De neerslag komt terecht in beken en rivieren.
Het zoete water verplaatst zich langzaam naar de zee.
De neerslag wordt opgenomen in de bodem en wordt grondwater.
Het grondwater verplaatst zich langzaam naar de zee.
Zout water van de zee verdampt door de warme lucht.
In de koude lucht condenseert de waterdamp en worden het waterdruppels.
De waterdruppels vormen samen nieuwe wolken.
De wind blaast de wolken het hogere land op.
Na een tijdje valt er neerslag uit de wolk boven de zee.